Skip to content

Zwanen Stedenwijkstrand

Het Weerwater-strandje in de Stedenwijk is niet alleen bij mensen geliefd, maar ook bij zwanen. Met een enorme groep zwemmen en rusten ze hier. Dat zorgt ervoor dat het strand vooral in de zomer vol ligt met zwanenpoep. Dat is erg vies en niet prettig voor mensen die het strand bezoeken. 

Daarom gaan we proberen de zwanen naar een andere plek te laten gaan: de Tuschinskypier in het Lumièrepark, waar geen strand is. Langs het water van het Stedenwijkstrand plaatsen we in de week van 14 mei een hek. Dit zorgt er hopelijk voor dat zwanen niet in het water landen en vanuit daar het strand op lopen. Het hek halen we weg voor het begin van de zomervakantie. We maken dan ook het strand helemaal schoon. Kinderen en volwassenen kunnen dan weer genieten van een schoon strand. 

Of dit gaat werken weten we nog niet. Ook al hebben meerdere experts meegedacht over deze oplossing, het gedrag van zwanen is moeilijk te voorspellen. Voor ons staat voorop dat we het strand willen behouden voor menselijke bezoekers. Tegelijkertijd willen we de zwanen een goed alternatief geven. We hopen dan ook dat deze maatregelen helpen en het Stedenwijkstrand weer schoon wordt en blijft.

Het broedgedrag van zwanen

In verhouding met andere vogels blijft een zwanengezin vrij lang bij elkaar, bijna een jaar. Aan het einde van de winter verstoten de ouders de jongen die in de vorige lente zijn uitgekomen. De ouders gaan opnieuw broeden en daarbij is de aanwezigheid van jongen van vorig jaar niet langer gewenst. De jonge knobbelzwanen gaan pas als ze drie of vier jaar zijn zelf broeden. Daarvoor moeten ze wel eerst een geschikte locatie/territorium hebben bemachtigd.

Waarom zien we zoveel zwanen op het Stedenwijkstrand?

De jongen van vorig jaar gaan op zoek naar een geschikte locatie, waar onder andere voldoende te eten is. In de sloten en grachten in onze stad is geen ruimte voor deze jongen. De grachten worden volledig bezet door territoriale ouderparen. Dus de jongen trekken naar een plek waar ze niet in de weg lopen. Op het Weerwater vinden ze die geschikte locatie: er is voldoende plek en ook in de zomer nog voldoende voer (in de vorm van waterplanten).

Na het broedseizoen, aan het einde van de zomer, gaan de knobbelzwanen hun slagpennen ruien. Ze kunnen dan tijdelijk niet vliegen en zoeken een veilige plek waar ze kunnen poetsen. Dit houdt in dat ze de veren netjes gladstrijken en waterdicht maken. De plek moet veilig zijn omdat ze door de rui niet kunnen vliegen en zich nauwelijks kunnen verdedigen. Zo’n veilige plek moeten ze makkelijk via de oever kunnen betreden. Ook moet deze overzichtelijk zijn zodat ze het gevaar aan kunnen zien komen. Een open en vlakke locatie is daarom ideaal voor de zwanen, bijvoorbeeld een strand. Een groot deel van de oever van het Weerwater bestaat uit stortsteen, hier kunnen de zwanen niet aan land komen. We gaan de Tuschinskypier toegankelijk maken door een loopplank aan te brengen voor de zwanen.